Paul Vagant over het gedicht "De Ouders"
"In 1998 schreef ik een brief aan Anton van Wilderode met de vraag of hij me de toestemming wou geven om zijn prachtige gedicht "De ouders" op muziek te zetten. Via z'n familie vernam ik dat Anton was opgenomen in het ziekenhuis. Op 2 maart 1998 heb ik een briefje ontvangen met het antwoord van Anton. Ik heb dit kleine berichtje, dat hij toch nog zelf heeft ondertekend, altijd met héél veel eerbied gekoesterd en bewaard. Enkele maanden later, op 15 juni 1998, is Anton vredig ontslapen."

2 - 3 - '98
Geachte Heer,
In naam van Anton van Wilderode, die momenteel verblijft in het ziekenhuis, mag ik u melden dat u de volle toestemming en goedkeuring krijgt om het gedicht 'De ouders' te zingen en er een video-opname van te maken. U mag doen ermee wat u wilt en hij wenst u er veel succes mee.
Vriendelijke groeten in zijn naam,
C. Torfs
Cyriel Coupé (A. van Wilderode)
Paul Vagant
"Ik heb in totaal 10 prachtige gedichten van Anton van Wilderode op muziek mogen zetten. Telkens was hij opgetogen over de mooie harmonie tussen tekst en muziek. Ik ben dan ook erg blij en fier dat mijn lied "Brussel" (gedicht 1971) werd opgenomen in het Huldeboek Anton van Wilderode MUZIKALE ROZEN. (Uitgeverij Stichting Mens en Kultuur)"
Brussel
Hier is ons vaderland
Vrouwen voor de vrede
Zeeliedje
De ouders (Dit lied kan je beluisteren op de Jukebox-pagina)
De flaminganten
De jeugd die de stoot heeft gegeven
Een hart onder de riem
In de palm van mijn hand
Die jong zijn
Paul Vagant over Käthe Kollwitz : een nobele kunstenares, die in dit werk niet alleen de moeder van Peter wilde zijn, doch van allen die met hem aan het IJzerfront de dood vonden.

In april 1915 begon zij aan de uitwerking van de eerste plannen voor een gedenksteen voor het graf van haar zoon Peter die tijdens de Eerste Wereldoorlog op 24 oktober 1914, gesneuveld was bij een aanval op Diksmuide in Vlaanderen. Op 23 juli 1931 werd ‘Het treurende ouderpaar' geplaatst op HPeterfdertijd verhuisde tevens het beeldhouwwerk om daar, zoals voorheen te Esen, bij zijn graf te worden opgesteld. Käthe geeft hierin gestalte aan het grenzeloze verdriet dat de oorlog haar berokkende. Een dubbelbeeld van uitzonderlijk hoog kunstgehalte, eenvoudig van conceptie en daardoor zeer aangrijpend. De vader, Peters eigen vader, neerblikkend op de duizenden graven, waaronder dat van zijn zoon, in het onmiddellijk bereik van zijn ogen. De moeder, Käthe Kollwitz zelf, voorovergebogen, één en al verdriet en liefde.